caber
Uiterlijk
- ca·ber
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| caber |
cabía |
cabido |
| volledig | ||
caber
- onovergankelijk passen, passen in, erin kunnen,
- eromheen kunnen, erdoorheen kunnen,
- mogelijk zijn
- toekomen aan, toebehoren aan
- caber in: Diccionario de la lengua española, 23e druk, op website: Real academia española
