bijeenvoegen
Uiterlijk
- bij·een·voe·gen
- samenstelling van bijeen bw en voegen ww
bijeenvoegen [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bijeenvoegen |
voegde bijeen |
bijeengevoegd |
| zwak -d | volledig | |
- met elkaar verenigen
- ▸ Als we deze beide geschiedschrijvingen bijeenvoegen, zoals de nieuwste historici doen, dan krijgen we de geschiedenis van monarchen en schrijvers, maar niet de geschiedenis van het leven der volkeren.[2]
1. met elkaar verenigen
- Het woord bijeenvoegen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ “Oorlog en Vrede” (1869), van Oorschot, ISBN 978902825115 1
