close
Naar inhoud springen

Pomologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
BERJAYA
Illustratie uit Knoops "Pomologie of beschrijving van de beste soorten appels en peren" (1771).

Pomologie (naar het Latijnse pomum, 'boomvrucht', of Pomona, godin van de boomvruchten) is de leer van het fruit en de fruitsoorten, ook wel ooftkunde genaamd (ooft betekent 'fruit').

De pomologie vindt als wetenschap haar oorsprong in het Frankrijk en Duitsland van de zeventiende eeuw en kende vervolgens in Nederland een belangrijke voorloper in Johann Hermann Knoop (1700–1769).

Aanvankelijk hield de ooftkunde zich vooral bezig met de beschrijving en systematische indeling (taxonomie) van de soorten en variëteiten in fruit. Later kwam daar ook de leer van het cultiveren en veredelen van de diverse soorten bij. Pomologen houden zich ook bezig met het behoud van bedreigde soorten en rassen.

Pomologie maakt deel uit van studies op het gebied van levensmiddelentechnologie en fruitteelt aan bijvoorbeeld de Universiteit van Wageningen.

In België kende de pomologie een hoogtepunt in de 19de eeuw.

  • Voorloper was Nicolas Hardenpont (1705-1774), een priester uit Mons, die tussen 1758 en 1762 vijf nieuwe perenvariëteiten bekwam. Vanaf 1800 werden overal te lande succesvol peren geselecteerd en op congressen besproken.
  • Jean Baptiste Van Mons (1765–1842), een apotheker uit Brussel, beoefende de pomologie op wetenschappelijke wijze. Om zijn theorie van Mons te staven, verzamelde en kruiste hij in zijn kwekerij La fidélité alle toen gekende fruitvariëteiten. Hij wisselde enten met gans in Europa en de Verenigde Staten. In 1815 stonden er 80.000 jonge boompjes. Door sommige collega-pomologen werd zijn werkwijze verguisd, anderen aanbaden hem en zetten na zijn overlijden zijn werk voort.
  • Alexandre Joseph Désiré Bivort (1809–1872), lid van een familie industriëlen, bracht de resterende collectie over naar zijn kwekerij in Saint-Remy-Geest. Hier ontstond de Société Van Mons die het studiewerk voortzette. Bivort startte in 1847 de publicatie van het geïllustreerde Album de Pomologie. Na vier volumes stapte hij in 1853 over naar het door de staat gesteunde Annales de Pomologie Belge et Etrangère dat 8 volumes zou kennen.
  • In 1849 werden de staatstuinbouwscholen in Vilvoorde en Gentbrugge opgericht. De eerste generatie afgestudeerden startten als 'leraarskring' in 1865 een maandblad, met de platen Bulletins d'arboriculture, de floriculture et de culture potagère,[1] dat tot 1905 bestond.
[bewerken | brontekst bewerken]