close
Naar inhoud springen

Indaver

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Indaver nv
Indaver
Locatie
Land van hoofdzetel Vlag van België België
Hoofdkantoor Dijle 17, Mechelen
Industrie en producten
Industrie(ën) afvalverwerkingBewerken op Wikidata
Bedrijfsstructuur
Sleutelfiguren Karl Huts (CEO)
Groot­aandeelhouders Katoen Natie
Aantal werknemers 2000 (2024)
Links
Website link
Portaal  Portaalicoon   Economie

Indaver N.V. is een Belgisch bedrijf op het gebied van recyclage en afvalverwerking. De naam is een samenvoeging van de woorden INDustrieel, Afval en VERwerking. Het bedrijf behoort tot de groep Katoen Natie van de familie Huts.

Het bedrijf verwerkt zowel industrieel als huishoudelijk afval en zet in op recyclage en opwekking van energie. Aan de basis ligt de opsplitsing van het afval in stoffen met hoog en stoffen met laag recyclagepotentieel.[1]

Indaver is vooral actief in België, Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, maar heeft ook vestigingen in Ierland, Italië, Portugal en Spanje, het bedrijf richt zich sinds de jaren 2020 ook op expansie naar andere markten.[1]

Indaver werd in 1985 opgericht door de Vlaamse Regering samen met 15 privé bedrijven om een oplossing te bieden voor afval ,asbest, chemisch afval en zwaar giftig afval van o.a. de chemische industrie in de haven van Antwerpen.

Zo kreeg Indaver in 1989 de opdracht van de Vlaamse overheid om 51 vaten, waarvan een aantal met zeer giftige stoffen, afkomstig van het gezonken schip de Herald of Free Enterprise te verwerken en te vernietigen.[2]

Het verbod van 1995 op het storten van bedrijfsafval gaf aanleiding tot de bouw van de eerste afvalverbrandingscentrale in Beveren.[3]

Door een fusie met de verwerker van huishoudelijk afval VLAR in 1999 werd Electrabel de grootste privé aandeelhouder van Indaver, terwijl de Vlaamse Milieuholding (VMH) van de Vlaamse overheid de meerderheidsaandeelhouder bleef. Hierdoor kon Indaver uitgroeien tot een speler op Europees niveau.[4][3]

Het bedrijf ging zich focussen op enerzijds het volledige proces van het verwerken van afval en gevaarlijk afval van bedrijven, waardoor ze de grootste multinationale ondernemingen als klant kregen en anderzijds op de geautomatiseerde verwerking van recyclage van huisvuil, waardoor vele Belgische gemeenten en intercommunales op Indaver beroep deden.[3]

BERJAYA
Indaverfabriek in Meath

In 2007 verkocht de Vlaamse Milieuholding haar meerderheidsparticipatie aan het Nederlandse Delta, dat hierdoor 75% van de aandelen verwierf.[5] Onder leiding van Delta kende Indaver een sterke groei, zowel in België als op Europees vlak.[6] In Meath in Ierland werd een verbrandingsoven opgestart, in Beveren kwam een verbrandingsoven voor medisch afval, naast België werd Indaver ook in Nederland en Duitsland marktleider in de afvalverwerking.[6][7] Het bedrijf ging zich tevens concentreren op de verwerking van bio-organisch afval tot compost en biomassa. Indaver behaalde in 2013 een omzet van meer dan een half miljard euro en een nettowinst van 40 miljoen euro.

In september 2014 gaf de directie van DELTA te kennen het belang van 75% in Indaver te willen verkopen omdat Delta door enkele mislukte investeringen in financiële moeilijkheden was geraakt.[5][8][9] Op 19 juni 2015 werd het bedrijf verworven door Katoen Natie, de familieholding van Fernand Huts. Paul De Bruycker bleef CEO van de onderneming. In 2025 werd hij voorzitter van de raad van bestuur en als CEO opgevolgd door Karl Huts.[10]

Het hoofdkwartier verhuisde in 2016 van de site van Kallo naar een voormalig karmelietessenklooster in het centrum van Mechelen, de maatschappelijke zetel bleef in Kallo.

In 2021 bouwde Indaver een fabriek in Antwerpen die gericht was op de recyclage van pmd-afval, een vernieuwende verwerking van wat in Vlaanderen in de "blauwe zak" moet worden gesorteeerd.[11][12]

Indaver deed in oktober 2023 een bod op het Afval Energie Bedrijf (AEB) van de gemeente Amsterdam, de grootste afvalverwerkingscentrale in Europa. In februari 2025 besloot de gemeente Amsterdam de verkoop niet door te laten gaan.[13]

In 2025 kwam het bedrijf in het nieuws toen het in de Antwerpse haven een proeffabriek Plastics2Chemicals in gebruik nam die als eerste in de wereld in staat was om moleculen uit gebruikte yoghurtpotjes te halen en deze te hergebruiken voor het produceren van nieuwe yoghurtpotjes.[1] Daarnaast richtte de fabriek zich op de recyclage van schaaltjes van vlees of vis, en polyolefinen. Het was en is de bedoeling om meerdere grotere soortgelijke fabrieken in West-Europa te bouwen, maar de verdere uitrol stoot op vergunningsproblemen.[14][15] In dat jaar werd ook de Ecluse-tunnel geopend, een tunnel van drie meter diameter onder de Schelde waarmee stoom die door Indaver opgewerkt wordt in de verbrandingsinstallatie van Beveren kan geleverd worden aan een chemiebedrijf op rechteroever, dat daarvoor niet langer beroep hoeft te doen op aardgas.[16]

BERJAYA
Indaver afoverslagstation aan de haven van Dublin

Indaver richt zich sinds de jaren 2020 meer en meer op de Britse eilanden waar afval nog afgevoerd wordt naar stortplaatsen, waardoor er een groot potentieel voor verwerking en recyclage van afval is. Indaver was al langer eigenaar van een afval- en energie-installatie in Meath in Ierland en een afvaloverslagstation in de haven van Dublin.. Andere projecten zijn in voorbereiding of wachten op een vergunning.[17] Een kapitaalverhoging van 400 miljoen euro werd onder andere in dit kader voorzien.[18] De omzet van Indaver bereikt ondertussen de kaap van 1 miljard euro.[17][17] De CEO Karl Huts streeft er naar ook buiten Europa activiteiten uit te bouwen.[1]

In juni 2026 opende het bedrijf in het Britse Essex een nieuwe grootschalige verwerkingssite, Rivenhall, op een voormalig militair vliegveld, meteen de grootste fabriek en grootste investering ooit van Indaver. Deze verwerkingsite zal bij volledige inzet van de capaciteit 595.000 ton niet-recycleerbaar huishoudelijk afval van gezinnen en niet-recycleerbaar industrieel afval verwerken en omzetten in energie. Daarmee wil het bedrijf 55 megawatt aan elektriciteit opwekken. Deze energie zou in de toekomst aangewend worden voor een gigantisch serrecomplex gericht op een jaarlijkse productie van 30.000 ton tomaten, ongeveer 7,5% van de totale invoer van tomaten in het Verenigd Koninkrijk. Daarmee zou Indaver tegelijk een belangrijke groentenleverancier van het Verenigd Koninkrijk worden. Daarnaast richt deze fabriek zich op nieuwe vormen van plasticrecyclage.[19][20][17]

Milieuhinder en vergunningsproblematiek

[bewerken | brontekst bewerken]

Door de aard van de onderneming is Indaver dikwijls betrokken in vergunningsbetwistingen en milieuklachten. De bouw van de verbrandingsoven in Beveren in 2002 stootte op een negatief advies, er waren problemen met de afvalstortzone op de Hoge Maey.[21][22] Er zijn problemen rond vergunningen voor nieuwe vestigingen onder andere in Belfast, Schotland, Cork en de uitrol van de proeffabriek in België.[17][1] Het bedrijf moest in 2012 de verbrandingsoven voor medisch materiaal in Leuven sluiten, er waren er problemen van geurhinder in onder andere de Antwerpse haven, Grimbergen, het Waasland en Alphen aan den Rijn en rookhinder in Willebroek.[7][23][24][25][26] Er waren in 2023 langdurige vergunningsproblemen in verband met de stikstofuitstoot van de proeffabriek.[27]

Na een onderzoek het televisieprogramma Zembla in september 2022 kwam het bedrijf in opspraak vanwege het lozen van de milieuverontreinigende poly- en perfluoralkylstoffen in de Westerschelde, waarvan sommige zonder vergunning. De uitvoer voor verwerking van Nederlands PFAS-afval werd onmiddellijk stopgezet, maar in de praktijk nooit toegepast wegens een lopende beroepsprocedure.[28] Indaver verwerkt onder andere afval van Chemours uit Dordrecht, dat de PFAS soort GenX bevat. [29][30][31][32] Er ontstond een discussie over de handhaving van de strenge normen die door de Vlaamse overheid waren opgelegd.[33] In juni 2023 gaf de Nederlandse Inspectie Leefomgeving en Transport opnieuw officieel toestemming voor de uitvoer naar Indaver.[34][35] Sindsdien stond het bedrijf, samen met andere, in het centrum van de problematiek rond de PFAS-vervuiling in de buurt van de haven. Indaver produceerde zelf geen PFAS, maar speelde een cruciale rol een belangrijke rol in de vernietiging van PFAS, tussen 2021 en 2024 werd ongeveer 334.000 ton PFAS-houdend afval verbrand.[36][37] Vooral de lozing van de ultrakorte ketens PFAS stonden ter discussie. In november 2024 kreeg Indaver van de Vlaamse regering geen overgangstermijn meer rond de naleving van de detectielimiet van PFAS in lozingen.[38] Indaver ging in hoger beroep tegen deze beslissing en er volgde een versoepeling. In 2025 diende de gemeente Stabroek beroep aan tegen een nieuwe versoepelde vergunning rond PFAS wegens vervuiling van het drinkwater.[39] Dit leidde in mei 2026 na een nieuw onderzoek door OVAM tot een verbod voor Indaver om nog afval met een hoge concentratie PFAS te verbranden.[40][41][37] Bijkomende maatregelen bij dit verbod waren een verplichte monitoring en registratie van vrijkomende PFAS. Ook moest het bedrijf aantonen dat er geen piekuitstoten voorkomen.[42][41] Indaver heeft de intentie om in de toekomst verder als verwerker van complex en PFAS-houdend afval op te treden en zoekt naar oplossingen.[41]