close
Naar inhoud springen

Jacques Doucet (modeontwerper)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Jacques Doucet
Jacques Doucet
Geboren voormalig 1e arrondissement van Parijs, 19 februari 1853Bewerken op Wikidata
Overleden Parijs, 30 oktober 1929Bewerken op Wikidata
Beroep(en) grand couturier, kunstverzamelaar,[1][2][3] mecenas,[2] modeontwerper,[2][3] boekverzamelaar[2]Bewerken op Wikidata
Leerling(en) Paul Poiret, Madeleine VionnetBewerken op Wikidata
Lid van Doucet familyBewerken op Wikidata
Archieflocatie Bibliotheek van het Nationaal KunstgeschiedenismuseumBewerken op Wikidata
Eigenaar van Man with a Guitar[4]Bewerken op Wikidata
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Mode
BERJAYA
Karikatuur van Doucet door Leonetto Cappiello (1903)

Jacques Doucet, ook bekend als Jacques-Antoine, (Parijs, 19 februari 1853Neuilly-sur-Seine, 30 oktober 1929) was een Frans couturier tijdens de belle époque en een kunstverzamelaar.

BERJAYA
Modesalon van het Maison Doucet

Doucets beide ouders waren actief in de kledinghandel. Zijn vader Édouard Doucet baatte een winkel voor herenmode uit in Parijs en zijn moeder Mathilde Gonnard een winkel voor kant en lingerie. Rond 1875 kwam hij in de familiezaak. Hij vormde de zaak vanaf 1890 om in een modezaak en begon jurken te verkopen aan de Parijse elite. Na de dood van zijn vader in 1898 specialiseerde het Maison Doucet zich in de haute couture. Onder zijn klanten telde het leden van koningshuizen, de Europese en Amerikaanse elite en verschillende actrices.[5]

Doucet liet de leiding voor een groot deel aan zijn zakenpartner Charles Pardinel en werkte met ontwerpers als José de La Peña de Guzman, Paul Poiret (1896-1900) en Madeleine Vionnet. Die laatste nam vanaf 1907 de leiding over. Tussen 1913 en 1920 sponsorde het Maison Doucet het modeblad Gazette du bon ton waarin de ontwerpen van Maison Doucet en andere modehuizen werden getoond.[6]

In 1924 fuseerde het Maison Doucet met een andere modehuis, het Maison Doeuillet. Doucet verkocht het jaar erop zijn aandeel in de zaak. Het nieuwe modehuis sloot de deuren in 1932.[7]

BERJAYA
Trappenhal van zijn huis in de Rue Saint-James in Neuilly-sur-Seine

Doucets eerste verzameling bestond uit achttiende-eeuwse Franse kunst. Het ging zowel om beeldende kunst als om toegepaste kunst. Al in 1874 begon Doucet ook schilderijen van impressionisten te kopen. Hij bewaarde deze in zijn privévertrekken. De meeste verkocht hij alweer voor hij zijn intrek nam in zijn nieuwe huis in de Rue Spontini in Parijs, gebouwd tussen 1903 en 1906. Hij begon toen opnieuw werken van impressionisten en postimpressionisten te kopen die hij in 1907 in zijn nieuwe huis onderbracht. In 1912 liet hij door de Galerie Georges Petit zijn volledige collectie oude kunst veilen. De verkoop bracht een bedrag van 13.884.460 francs op. In 1913 verhuisde hij naar de Avenue du Bois.

In de volgende jaren verschoof zijn aandacht naar de avant-gardekunst. Hij begon kunstenaars als Picabia, Adler en Legrain financieel te steunen en leerde ook Picasso kennen. Hij kocht verschillende werken van hem, waarvan Les Demoiselles d'Avignon (1907) het bekendste is. Vanaf 1906 begon hij via kunsthandelaar Charles Vignier ook Aziatische kunst te verzamelen. Hij had ook een collectie Afrikaanse kunst.[7] Zijn collectie werd ondergebracht in zijn nieuwe huis in de Rue Saint-James in Neuilly-sur-Seine, ontworpen door Paul Ruaud.[6]

Doucet legde twee bibliotheken aan. Zijn Bibliothèque d'art et d'archéologie bevatte werken rond archeologie en kunstgeschiedenis en bevatte ook afdrukken en tekeningen van onder anderen Georges Braque, Albert Gleizes en Picasso. Zijn Bibliothèque littéraire bevatte manuscripten en speciale edities van literatuur vanaf het midden van de negentiende eeuw. Bij het samenstellen van deze bibliotheek liet Doucet zich adviseren door dichters als Louis Aragon, Pierre Reverdy en André Breton. Die laatste adviseerde Doucet ook bij zijn kunstaankopen.[6][7]

Huwelijk en erfgenamen

[bewerken | brontekst bewerken]

Doucet huwde pas in 1919; hij was toen al 66 jaar oud. Voordien had hij wel een aantal maîtresses gehad. Zijn echtgenote, Jeanne Roger (1861-1958), was een van hen geweest. Het koppel kwam opnieuw samen in 1917. Na zijn dood kwamen zijn collecties terecht bij zijn erfgenamen, zijn weduwe Jeanne Roger en zijn zus Marie Doucet-Dubrujeaud (1854-1937). Veel werken werden daarna verkocht.[6] Een deel kwam via vererving bij de kleinzoon van Marie, Jean Angladon en zijn echtgenote Paulette Martin. Op basis van deze collectie werd in 1996 het Musée Angladon in Avignon geopend.[8]

Bronnen en referenties

[bewerken | brontekst bewerken]
BERJAYA
Zie de categorie Jacques Doucet van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.